Berichten

2018 maart: Paardenbloemen kweken.

Paardenbloemen kweken?

  
olieverf op linnen, 40 x 20 cm, prive

Bijna iedere schilder heeft wel werk dat hij/zij nooit zal verkopen. Voor mij is dat dit doekje. Totaal niet opzienbarend qua voorstelling, niet briljant geschilderd, niet kleurrijk, iedereen loopt er aan voorbij, hoewel er best veel koffie wordt gedronken in onze keuken. Maar ik kijk er vaak naar. Dan ben ik op het Noordzeestrand bij Noordwijk, jaren geleden.

Ik sta alleen, in de verste verte letterlijk geen hond te bekennen, tijdens het opbouwen was het nog droog maar nu begint het te regenen en harder te waaien. Mijn ezel heb ik verzwaard met plastic zakken vol zand om de boel staande te houden. Het is eigenlijk niet te doen. Opwaaiend zand kleeft aan mijn kwasten en hecht zich in de verf, terpentine klotst uit het bakje over mijn palet, slierten nat haar in mijn gezicht, koud en guur, verstijfde vingers. En het is fantastisch! Ik voel me sterk en vrij en vooral ontzettend vrolijk door al deze tegenwerking, die geen tegenwerking is, maar ‘gewoon’ de natuur. Hoe onbeduidend kan je zijn, ten overstaan van deze krachten, wat heb je dan nog te willen? Het voelt als een ware uitdaging; soms is inpakken en wegwezen geen optie, ha, kom maar op! 

Gaaf te ervaren hoe het zand zich stroef liet mee-schilderen op het doek, hoe de regendruppels als parels bleven liggen op de olieverf, hoe ik ongecoördineerd door de harde wind, en tegelijk super-geconcentreerd dit schilderijtje razendsnel vorm gaf.

Ik ben heel benieuwd of jij ook zo iets hebt, iets dat je gemaakt hebt en waar je geen afstand van doet. En om welke redenen. En waar dat werk zich nu bevindt. Hoe het er uit ziet. Reacties van harte welkom.

Iets anders. Ik wil graag vertellen over de ontroerende expositie van de honderden gouaches van Charlotte Salomon in het Joods Historisch Museum in Amsterdam (te zien t/m 25 maart a.s.), maar het is teveel voor deze brief, om daar verslag van te doen. Het is teveel voor alles en iedereen eigenlijk… Er is een film over haar leven gemaakt, en een documentaire, beide ook zeer indrukwekkend. Wat heeft ze in die drie jaar krankzinnig hard gewerkt. Zou Charlotte haar tragische familiegeschiedenis overwonnen hebben als ze niet in Auschwitz was vermoord? Als je meer wilt weten klik hier. Neem er tijd voor.

En nog even terugkomend op Neo Rauch, waar ik het in mijn vorige brief over had. Inmiddels heb ik opnieuw gekeken en een rondleiding gehad, waarin allervriendelijkst werd uitgelegd hoe weinig de schilder zelf uitlegt. Een beetje als de rijdende rechter: “Dit is mijn uitspraak en daar moet u het mee doen.”  O ja?! Maar goed, I rest my case. Het zij zo. Ik ben zijn werk toch meer gaan waarderen, door beter te kijken, dus misschien heeft Rauch gelijk als hij het iedereen lekker zelf uit laat zoeken.

Quote van Rauch: “Een kunstwerk is niet iets wat je kunt willen, maar iets wat gebeurt. Paardenbloemen kun je ook niet kweken…” Dat vind ik dan wel weer geestig, hoewel misschien niet zo bedoeld.

Ik eindig licht en luchtig, na zware museumkost. Klik hiervoor een filmpje van 23 streetart items. Het gaat over perspectief en illusie. Kijk het vooral af want het wordt steeds gekker. Mijn favoriet is nr. 2. Jij?

Groet,
Willy

2018 februari: Nieuwsgierig naar Neo

Nieuwsgierig naar Neo

 
olieverf op board, 40 x 30 cm, verkocht.

Eigenlijk is dit een snelle voorschets in olieverf voor een groot schilderij (dat ik niet maakte). Tijdens de atelierverkoopdag op 27 januari jl. kocht de eerste bezoeker die binnenwandelde deze schets. Ze liet het nog even staan om het later op te halen, en gedurende de dag had ik het nog wel zes keer kunnen verkopen. Kennelijk viel het in de smaak. Had ik niet bedacht.

Misschien is dat wel een van de moeilijkste dingen: je eigen werk beoordelen. Ook daartoe is zo’n dag met veel publiek nuttig: je hoort nog eens wat ongefilterde reacties hier en daar, als je je oor te luisteren legt bij de bezoekers.

Maar doet het er toe, wat ‘men’ vindt? Die vraag kwam (opnieuw) bij me op, toen ik de expositie van de Duitse Neo Rauch (1960) zag in de Fundatie. Een van de belangrijkste hedendaagse kunstenaars, je móet kijken, zegt museumdirecteur Ralph Keuning, en dat snap ik (dat hij dat zegt, en ook nog dat dat ‘moet’). Immense doeken zijn het, waarop ontzettend veel te zien is, maar waar ik zonder toelichting eerlijk gezegd geen snars van begrijp. Wat ook weer niet zo raar is, want Rauch schildert ‘innerlijke beelden’, volledig uit zijn hoofd, zonder gebruikmaking van foto’s of voorstudies, en baseert zich daarbij op eigen surrealistische dromen en visioenen. Hij houdt zich niet bezig met de vraag wat een ander er van vindt. Dat vind ik sympathiek, of eigenlijk vind ik vooral zijn totale toewijding en bezieling sympathiek, en bij die focus past dat je je niet bekommert om de toeschouwer.

Zo bezien is er veel te beleven in de kunst. Zeker als je afstapt van het idee dat er iets ‘moois’ of ‘aangenaams’ gemaakt moet worden. Wat ik zelf best lastig vind, want ik merk dat ik wèl op die manier kijk. Mijn eerste gedachte op zaal bij Rauch was: allemachtig wat lelijk! Dat akelige veridiangroen, die onbehouwen figuren, de overweldigende hoeveelheid informatie op zo’n doek, naargeestig qua sfeer; not my cup of tea. Maar mijn nieuwsgierigheid wint het van mijn smaak: ik wil graag weten waarom Rauch zo belangrijk is in de kunst. Wat ik over hem lees maakt dat ik de komende weken zeker opnieuw ga kijken naar zijn werk in de Fundatie. Met in mijn hoofd het volgende citaat:

‘Het doel van de kunst is niet het uiterlijk van dingen weer te geven, maar het innerlijk…dat is de echte werkelijkheid.’

Toch niet de minste, die Aristoteles, hij zei dit.
Ik weet het niet. Jij?

Groet,
Willy