2018 februari: Nieuwsgierig naar Neo

Nieuwsgierig naar Neo

 
olieverf op board, 40 x 30 cm, verkocht.

Eigenlijk is dit een snelle voorschets in olieverf voor een groot schilderij (dat ik niet maakte). Tijdens de atelierverkoopdag op 27 januari jl. kocht de eerste bezoeker die binnenwandelde deze schets. Ze liet het nog even staan om het later op te halen, en gedurende de dag had ik het nog wel zes keer kunnen verkopen. Kennelijk viel het in de smaak. Had ik niet bedacht.

Misschien is dat wel een van de moeilijkste dingen: je eigen werk beoordelen. Ook daartoe is zo’n dag met veel publiek nuttig: je hoort nog eens wat ongefilterde reacties hier en daar, als je je oor te luisteren legt bij de bezoekers.

Maar doet het er toe, wat ‘men’ vindt? Die vraag kwam (opnieuw) bij me op, toen ik de expositie van de Duitse Neo Rauch (1960) zag in de Fundatie. Een van de belangrijkste hedendaagse kunstenaars, je móet kijken, zegt museumdirecteur Ralph Keuning, en dat snap ik (dat hij dat zegt, en ook nog dat dat ‘moet’). Immense doeken zijn het, waarop ontzettend veel te zien is, maar waar ik zonder toelichting eerlijk gezegd geen snars van begrijp. Wat ook weer niet zo raar is, want Rauch schildert ‘innerlijke beelden’, volledig uit zijn hoofd, zonder gebruikmaking van foto’s of voorstudies, en baseert zich daarbij op eigen surrealistische dromen en visioenen. Hij houdt zich niet bezig met de vraag wat een ander er van vindt. Dat vind ik sympathiek, of eigenlijk vind ik vooral zijn totale toewijding en bezieling sympathiek, en bij die focus past dat je je niet bekommert om de toeschouwer.

Zo bezien is er veel te beleven in de kunst. Zeker als je afstapt van het idee dat er iets ‘moois’ of ‘aangenaams’ gemaakt moet worden. Wat ik zelf best lastig vind, want ik merk dat ik wèl op die manier kijk. Mijn eerste gedachte op zaal bij Rauch was: allemachtig wat lelijk! Dat akelige veridiangroen, die onbehouwen figuren, de overweldigende hoeveelheid informatie op zo’n doek, naargeestig qua sfeer; not my cup of tea. Maar mijn nieuwsgierigheid wint het van mijn smaak: ik wil graag weten waarom Rauch zo belangrijk is in de kunst. Wat ik over hem lees maakt dat ik de komende weken zeker opnieuw ga kijken naar zijn werk in de Fundatie. Met in mijn hoofd het volgende citaat:

‘Het doel van de kunst is niet het uiterlijk van dingen weer te geven, maar het innerlijk…dat is de echte werkelijkheid.’

Toch niet de minste, die Aristoteles, hij zei dit.
Ik weet het niet. Jij?

Groet,
Willy

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.