2016, mei: Simpel

Simpel

 

Helene Scherfbeck zelfportretten

Youtube is een speelparadijs voor iedereen die om zich heen wil kijken en geïnspireerd wil worden. Zonder files, zonder kosten, onder inspanning; zóveel om je over te verbazen, in de lach te schieten, of vol te schieten.

Dat laatste bij het Youtube filmpje dat ik tegen kwam over de Finse Helene Scherfbeck (1862-1946). Ik laat haar werk vaak als voorbeeld zien als ik een workshop geef. Omdat zo ongelooflijk prachtig blijkt aan de hand van haar zelfportretten hoe zij zich ontwikkeld heeft als beeldend kunstenaar. En omdat het me ontroert, die versimpeling naar het einde toe, tot alleen een paar losse vegen overblijven. Wil je zien, in 2 minuten, wat ik bedoel klik hier

Groet,
Willy

Ps.

En, óók zo heerlijk: dit filmpje uit de schilderswijk
Montmartre. Zoals deze jonge mensen met elkaar
muziek maken. Moeiteloos. Sprezzatura.
Zo schilderen. Zo wil je het!

2016, april: competitief of coöperatief

 

Een week was Het Langhuis in Zwolle beschikbaar voor de atelierhouders van De Oude Ambachtsschool (DOAS). Thema: DOAS Beweegt. Sandra Steen en ik deden samen een projectje. Sandra danste improviserend op muziek, bleef af en toe staan in een pose, en ik schetste dan 2 minuten. Het is fijn en inspirerend om dit soort dingen samen te doen, temeer omdat we heel wat uren alleen in ons atelier doorbrengen. En ook mooi te merken dat het publiek in de ban was.  

Als je een beetje beter wilt zijn, wees dan competitief. Als je exponentieel beter wilt zijn: wees dan coöperatief. (William Shakespeare)

Coöperatief. Met elkaar dus. En dat doet me dan weer denken aan dat boek van wetenschapper / psycholoog Ap Dijksterhuis (Op naar geluk, 2015), waaruit blijkt dat contact en verbinding, naast nog wat andere items, sleutelbegrippen zijn bij het vinden van geluk. Hieronder -als uitstapje, er is per slot meer in de wereld dan kunst 😉 een kort overzicht van zijn aanbevelingen. Misschien in deze barre tijd van mondiale ellende een goed idee om ‘klein’ te denken, en je eigen leefwereld in ieder geval zo prettig mogelijk te maken.

Dus: hoe word (of blijf) je gelukkig?

  1. Houd je hebzucht onder controle (het zoveelste gadget..)
  2. Probeer anderen te helpen en gelukkig te maken
  3. Maak meer contact met anderen (spreek eens iemand aan in de trein of in een wachtrij)
  4. Doe dingen die je het gevoel geven deel uit te maken van iets groters (bezoek een spannende sportwedstrijd, een muziekfestival, etc.)
  5. Verruil passieve en achteloze vrijetijdsbesteding voor actieve en serieuze vrijetijdsbesteding.
  6. Koop ervaringen in plaats van spullen (geef een feest, ga op reis)
  7. Zoek niet via introspectie naar je ware zelf. Observeer gewoon je eigen gedrag, dan leer je jezelf kennen.
  8. Onderzoek je negatieve emoties, zie of je ze kunt vermijden door je gedrag te veranderen (je eigen gedrag, niet dan van een ander, haha)
  9. Doe één ding tegelijk.
  10. Streef ernaar meer mindful te zijn
  11. Kijk beschouwend met afstand naar je eigen bewustzijn
  12. Schrijf iedere avond 2 of 3 dingen op die je goed hebt gedaan die dag.

Nou, makkie toch?

Groet,

Willy

Ps.
En als je dan het licht hebt gezien:
‘Voor de verlichting, houthakken en water dragen.
Na de verlichting, houthakken en water dragen’

zen-gezegde 

2016, maart: We hebben woorden nodig

   

“De genius van het leven heet Beweging” (F.J. Hammer, dichter en schrijver 1810-1862), houtskool op papier, (2 x) 80 x 100 cm.

Deze houtskoolschetsen heb ik gemaakt tijdens een danssessie van een danser van het Nationaal Ballet in het schildersatelier. De danser beweegt zich vrij op muziek van Bach en houdt steeds een houding vast gedurende 2 minuten: tijd om te schetsen. En weer door! Onderdompeling in vloeiende beweging en indringende muziek in combinatie met supersnel werken; dat levert intuïtieve lijnen op, waar dans en klank in samenkomen. Te zien tijdens de expositie ‘Doas beweegt’ in het Langhuis in Zwolle van 17 t/m 20 maart a.s. Kunst is gedrag, zegt James Brett, de baas van het Museum of Everything, in een recent artikel in de NRC. Zijn museum is geen gebouw, maar een rondreizende verzameling werk van ‘autodidacten en zonderlingen’. Mensen maken kunst omdat ze de drang voelen zich te uiten. Kunst is een product van een creatieve natuur en niet van cognitieve functies, aldus Brett. Hij heeft een uitgesproken mening over hedendaagse kunstenaars (vooral degenen met een kunstopleiding):

  1. Ze schilderen ideeën in plaats van kunst
  2. Ze creëren oppervlakte, geen diepte
  3. Ze hebben woorden nodig om de afwezigheid van betekenis te verhullen.

Vooral het laatste vind ik leuk gezegd. Want inderdaad, wat een geleuter soms, dat doet juist vermoeden dat er in feite weinig te vertellen is. Oeverloze verhalen met lange moeilijke zinnen die je moet herlezen en waarbij je dan nog denkt: wat staat daar nou eigenlijk? Over ideologie, onbewuste, inspiratie, abstractie, impressie, mystiek, associaties, symboliek, synthese;  je kan er bladzijden hoogdravend mee vullen. En dan kom je zinnen tegen als: “Haar stijloefeningen berusten op de stratificatie van de materie.”  Huh?

Maar goed, misschien niet zo’n grote mond hebben nu, want ik ben er al wel achter dat het schrijven van een zinnig stukje tekst over je eigen werk niet bepaald eenvoudig is.

Als kunstenaar kan je natuurlijk denken: het beeld moet voor zich spreken, ik zeg er niets over, de kijker zoekt het maar uit. Daar is iets voor te zeggen. Maar ik vind het mooi als er een match is tussen beeld en woord. Dat het een het ander versterkt. Oprechtheid is noodzakelijk daarbij.
Zoals bij alles wat er toe doet.

Groet,

Willy

Ps. Het museum of everything is vanaf 5 maart te zien in de
Kunsthal in Rotterdam

2016, februari: Vrijheid & verbeelding 


100 x 120cm, olieverf op doek, uitsnede‘De wereld geeft mij de vrijheid om te doen wat ik wil’, zegt kunstenaar Mark Manders aan het eind van dit filmpje. Nee, corrigeert hij zichzelf, ‘ik heb die vrijheid gepakt. Ik verdien mijn eigen geld en ik doe precies wat ik wil doen.’Ik heb het werk van Mark Manders gezien, jaren geleden in Zeno X Gallery in Antwerpen, toen ik een paper over hem schreef, en nu stuit ik dus op dit beeldinterview en word ik opnieuw getriggerd.

Wat een creatieve denker, wat een toewijding, en zo totaal niet er op uit om indruk te maken. In al zijn ongemak en aarzeling zegt hij fantastische dingen. Zo noemt hij een aantal zaken ‘die je kan willen’:

* een schaduw, gewoon een schaduw willen hebben (en die valt uit een omgekeerd kopje)
* theezakjes zo neerzetten dat ze bijna als woorden functioneren (tsja, ik kom er nu een tekort)
* een zin die iets probeert te zeggen (nee, niet een zin die iets zegt)
* twee voorwerpen op dezelfde plek willen hebben in de wereld (maar dat kan eigenlijk niet)
* iets niet doen, omdat je al weet dat het goed zal zijn (maar dat is dan wel jammer)

Ja, ik weet dat een aantal lezers van deze nieuwsbrief nu wel afhaakt (want waar gáát dit over, nietwaar?) en ook het filmpje niet meer hoeft te zien. Jammer!Ik geniet enorm van de oprechtheid van deze man, en het ongewone, tegendraadse, op de kop en out of the box-denken, gecombineerd met prachtig vakmanschap. Vorm en inhoud samen maken zijn werk intrigerend.

Dat is waar ik naar toe wil: dat mijn werk fijn is om naar te kijken en dat het ergens over gaat. En dat dan in vrijheid van denken gemaakt. En dan nog je geld er mee verdienen..

Aan de slag maar weer.
Napoleon zei het al: imagination rules the world!
En we weten hoe het met hem afliep, maar dat terzijde 😉
Groet,
Willy

2016, januari: Lekker belangrijk!

‘what’s it all about?’ olieverf op papier, uitsnede
 

Het afgelopen jaar heb ik aan drie ‘wedstrijden’ meegedaan. Ik deed mee met de Zomerexpo, mijn schilderij hing in het Gemeentemuseum in Den Haag. Ik deed mee met ‘Schilderij van het jaar’ en dat schilderij hangt binnenkort in het CODA museum in Apeldoorn (zie in de kolom hiernaast). En ik stuurde een zelfportret op voor ‘Schilder je Selfie’ naar aanleiding van de expositie in het Mauritshuis (de moeite waard, nog tot en met zondag te zien), dit portretje staat nu in het Ateliermagazine van januari/februari 2016.

Superleuk allemaal, de resultaten natuurlijk, maar ook het proces van deelnemen. De uitdaging vind ik stimulerend. Ik werk hard, neem het schildersvak serieus, steek mijn nek uit, laat een mij onbekende professionele jury oordelen over mijn werk, kijk waar ik sta, en heb daar veel plezier in.

En voor de rest: lekker belangrijk!

Dat meen ik echt, uit de grond van mijn hart. Want dat dringt zich af en toe ook op: waar gaat dit over? Wat ben je toch allemaal aan het doen, Van der Beek?! Moet je zo nodig laten zien dat je ook best iets kunt, als schilder? Prestatiedrang? Erbij willen horen? Waarbij dan? En wat heb je daar dan aan?

Het leven gaat helemaal niet over presteren, resultaat behalen, status, applaus, winnen, uiterlijk vertoon. Al lijkt het daar wel eens op, als je om je heen kijkt of een avondje voor de buis hangt en alle onzin voorbij ziet komen.

Waar het leven voor mij dan wel over gaat?
Contact, verbondenheid, liefde, respect, autonomie, schoonheid, humor, creativiteit. And so on..

Grote begrippen, inderdaad!
Dat het jaar 2016 hier vol van mag zijn, ja zelfs van uit zijn voegen zal barsten, dat wens ik ons allen!

Happy new year!

Willy

2015, december: It’s right to be wrong..

‘amicizia’, olieverf op doek, 60 x 80 cm 

Hoezo, it is right to be wrong?? Dat roep je echt niet als een chirurg in je moet snijden, of wanneer je met velen tegelijk met 130 km per uur over de snelweg jakkert, of in het geval je van je spaarcentjes aandelen koopt. Integendeel, het is vaak erg prettig als er niets verkeerd gaat, als het allemaal helemaal right is.

In de kunst daarentegen, is het een ware uitdaging om ‘wrong’ te zijn. Juist niet begrijpelijk en aannemelijk verbeelden, niet de regels naleven over kleur en compositie,niet leunen op kennis en ervaring, maar uitproberen, experimenteren, vervormen, er over en er dwars door heen desnoods, ‘fouten’ maken, gefrustreerd raken, opnieuw beginnen. Dat levert soms iets op. Iets spannends. Soms ook helemaal niets trouwens. Maar goed, ‘it’s right to be wrong’ is een uitspraak van Paul Arden, hij was creative director bij het reclamebureau Saatchi en Saatchi, en hij heeft wel meer leuke dingen gezegd, zoals ‘do not try to win awards’

En daar heeft hij wel een punt, die Paul Arden. Hij stelt dat jury’s beoordelen op basis van wat bekend is, wat ‘in fashion’ is. Maar origineel werk onderscheidt zich nu juist van hetgeen in de mode is, de jury kent het -nog- niet. Dus als je gaat voor een award speel je op safe en lever je werk aan waar de jury wel bekend mee is, en niet iets wat men niet kan plaatsen. Met het maken van zulk werk rem je jezelf in je creativiteit, je durft niet meer ‘wrong’ te zijn.
Niettemin vind ik het supergaaf dat ik door ben naar de finale van ‘schilderij van het jaar’, heb ik deze kritische noot van Paul goed in mijn oren geknoopt en werk ik ondertussen gestaag en met veel plezier door aan wrong zijn.
Groet,
Willy

2015, november: To be, or not to be..

Ophelia, van John Everett Millais (1852)

Met onze jongste zoon (die daarvoor, om z’n moeder te plezieren, wel een avond vanuit Delft naar Rotterdam wilde komen) zag ik life stream op het bioscoopscherm een fantastische opvoering van Hamlet, rechtstreeks vanuit het National Theatre in London. Met in de hoofdrol die heerlijke getalenteerde veelzijdige Benedict Cumberbatch. En met de dramatische scene over Ophelia, die niet van Hamlet mag houden, krankzinnig wordt en zichzelf verdrinkt in een poel. Zie het schilderij van de Britse schilder Millais hierboven. Zó te kunnen schilderen!

In de week daarop keek ik rond op de expositie over William Turner in de Fundatie in Zwolle en daar hing ook dit werk:

Veel potloodgekras, geplakte stukken papier, waterige vlekken. Bij de eerste aanblik dacht ik: wat stelt dit voor, en wat doet dit hier bij die woest-romantische Turner met z’n meeslepende golven en vlammen? Het bleek van Marlene Dumas. Beter kijken dus. Want geniaal! Hoe romantisch wil je het hebben? En tegelijkertijd, hoe geestig! De titel luidt: ‘Ophelia, now don’t make the water dirty’.

Rechts bovenin zie je een heel klein stukje van Ophelia:

                                                          

Zó creatief te kunnen associëren, met humor en compassie!

Dit is wat kunst doet, lieve mensen. Het zet je op een ander been, het emotioneert, laat je nadenken, het verrast en verrijkt.

Kunst kan je elitair noemen. Qua behoefte komt het een eind na voedsel, veiligheid, etc. Dat geldt overigens ook voor tv kijken, sporten en lezen, om maar wat te noemen. Het kost allemaal tijd en soms enige inspanning. Die tijd moet je wel (willen) hebben en die inspanning (willen) leveren. Maar dúúr hoeft het genieten van kunst niet te zijn. Voor de prijs van een bioscoopkaartje, en met een NS-kortingskaart en een museumjaarkaart op zak, kan je je wereld vergroten, en geschiedenis, literatuur, theater en schilderkunst combineren tot wondermooie ervaringen.

Groet,
Willy

2015, oktober: Wat & hoe?

 

sprong in het diepe, olieverf op board, 31 x 61 cm
Begin 20e eeuw was Parijs voor schilders the place to be. Uit alle delen van Europa kwamen ze: de jonge flamboyante erudiete Italiaan Modigliani, de extreem vieze stinkende introverte Wit-Rus Soutine, de getalenteerde eigenzinnige megalomane Spanjaard Picasso, de misvormde scherpzinnige geestkrachtige Fransman Toulouse Lautrec, de dromerige poëtische Chagall, onze eigen tragische Vincent. Om er maar eens een paar te noemen. Het moet fascinerend geweest zijn daar en toen, in Montmarte en Montparnasse. Heel erg leuk om over deze grote schilders en hun werk fimpjes te bekijken (klik op de namen) en/of over hen te lezen

De behoefte om vakbroeders/zusters op te zoeken  is van alle tijden: enthousiasme en inspiratie delen, leren van elkaar, jezelf aanscherpen. Ik denk aan Parijs omdat ik zelf op zoek ben naar wat en hoe ik nu eigenlijk wil schilderen. En daarbij behoefte heb aan reflectie. Aan verrassende vragen, frisse tegenspraak, een andere kijk. Dat was wat die schilders daar in Parijs elkaar boden, stel ik me zo voor, vanuit al die culturele verschillen en vanuit zielsverwantschap tegelijk. Of is dat een romantisch idee, en was het vooral armoede, smerigheid en ziekte in de tochtige huizen, hoogoplopende ruzies in de cafés, jaloezie en eenzaamheid?

Anno 2015 ga ik in plaats van naar Parijs naar een workshop van Ralph de Lange om een stap voorwaarts te zetten in het vinden van mijn zogeheten schilderindentiteit. Leerzaam en leuk.

En verder is in de Nederlandse musea alom inspiratie te vinden: William Turner in Zwolle en Enschede, Van Gogh & Munch in Amsterdam, Keith Haring in de Kunsthal in Rotterdam. Enzovoort. Dat wordt een fijne herfst! Daarbij de wijze woorden van dichter en kunstcriticus Baudelaire (Parijs,1821-1867) niet in de wind slaan:

Inspiration comes of working every day.

Goed dan.

Groet,
Willy

2015, september: Work in progress

mijn atelier in De Oude Ambachtsschool in Zwolle

Toen ik nog op de Academie zat gingen we regelmatig bij een docent op werkbezoek in zijn of haar atelier. Rondkijken, sfeer proeven, onderhanden werk zien, van gedachten wisselen met elkaar in een intiemere setting dan een leslokaal. Ik genoot daar altijd erg van: een kijkje in de keuken.

In de buitenwereld -in een expositiezaal, galerie, of museum- zie je altijd het eindresultaat. Mooi of niet mooi, daar kan je van alles van vinden. En daar vindt men ook van alles van. Dat kan al behoorlijk kwetsbaar voelen voor de maker.
Maar het atelier is de binnenwereld. Daar gebeurt het. Daar voel je je als kunstenaar eigenlijk een beetje naakt, als je daar bezoekers toelaat. Want her en der staan prille opzetjes en probeersels, schilderijen in wording die het nooit ‘naar buiten’ zullen halen. Schetsen en studies waarvan je zelf nog niet weet of het überhaupt ergens toe leidt.

Toch zijn bezoekers daar vaak in geïnteresseerd: in ‘the work in progress’. Is dat omdat we allemaal graag in de keuken van een ander kijken? Of geboeid raken door het maakproces? Of misschien omdat we eigenlijk juist datgene wat niet af is, niet perfect is, mooi vinden? Fijner uiteindelijk, dan het fraaie eindexemplaar, ingelijst en wel, aan de muur van de galerie?

opzetje van schilderij van een liggend naakt

vrouw (op oud mdf-plaatje als ondergrond)

Of is dat onzin en houdt iedereen echt gewoon van een mooi af kunstwerk. En vind ik het zelf lastig, om iets compleet af te maken… Nou, dat laatste is in ieder geval waar!

Hoe dan ook, ik ga mijn atelier een beetje opruimen, niet teveel want dan is er dus niks aan voor jullie 😉 en dan hoop ik dat het een gezellige open dag wordt, 12 september.
Iedereen is van harte welkom om rond te kijken (niet alleen bij mij, bijna alle atelierhouders doen mee), vragen te stellen, een kop koffie te drinken, of zomaar even binnen te lopen.

Trap op, eerste verdieping, atelier 2-N. Graag tot dan!

Groet,
Willy

2015, augustus: Woeste zomertips!

opening Zomerexpo Gemeentemuseum Den Haag
Dat vroeg ik me af, toen ik de Zomerexpo bekeek: hoeveel kunstenaars zijn er eigenlijk, alleen al in Nederland? 10.000? 100.000? 500.000? Ik heb werkelijk geen idee (we zouden het eerst eens moeten worden over de definitie, wanneer ben je een kunstenaar) maar in ieder geval spat de creativiteit van deze expositie af. Dat kan ook niet anders met zo’n thema: woest! Zeer de moeite waard om te gaan kijken. En wat is het leuk om door de selectie te komen (zie filmpje hoe dat werkt) en dan helemaal fantastisch om tijdens de opening te zien dat mijn schilderij al verkocht is!

Over verkopen gesproken: kunst gaat helemaal niet over geld. Althans, zou daar niet over moeten gaan. Morgen is het precies 125 jaar geleden dat Vincent van Gogh overleed, berooid en niet erkend. En kijk nu naar de krankzinnig lange rijen voor het Van Gogh museum, en weet dat een schilderij van hem verkocht is voor 82,5 miljoen dollar.. Wat is de werkelijke waarde van kunst? Het kunstproject van Liliane Top ‘Waarde Theo, beste broer’ draait om die vraag, op een ludieke manier: 125 afdrukken van oren van levende Nederlandse kunstenaars zijn te zien op het Museumplein in Amsterdam tot en met overmorgen.

Ben je toch in Amsterdam, trek dan een paar uur uit voor hetStedelijk Museum. En bezoek dan niet alleen Matisse, maar zeker ook ZERO. Dit in het kader van de vraag: waar gaat kunst eigenlijk over, wat is kunst?

En dan tot slot nog naar de Fundatie in Zwolle: Jan Cremer. Eerlijk gezegd: niet echt aan mij besteed. Maar wat een fijne film wordt daar vertoond, en daarna ging ik toch weer terug naar de zalen om met iets andere ogen te kijken naar al dat woeste werk.

Als je nou helemaal geen trek hebt in welke tentoonstelling dan ook, heb ik nog een laatste ‘tip’ voor de maand augustus: ga naar de heide! Die is overal in Nederland te vinden en begint nu al te bloeien, nog even en het is weer een woeste paarse zee van bloemen, hommels en vlinders. Daartussen te fietsen, wandelen, hardlopen, hond en/of kind uitlaten, hoe woest is dat?

Of lekker schilderen..

Groet,
Willy

ps.

Pintar Rapido komt er weer aan, op 5 en 6 september plein air schilderen in Amsterdam. Ook leuk!

pss.

Woon je in Zwolle e.o. en wil je graag een creatieve cursus of workshop gaan volgen? Bijvoorbeeld edelsmeden, of boetseren, of dansen, schilderen, tekenen, beeldhouwen? Kom graag op zaterdag 22 augustus van 13.00 tot 17.00 uur kijken naar demonstraties en informatie inwinnen bij de docenten in de Oude Ambachtsschool aan de Mimosastraat in Zwolle. Van harte welkom! Ik ben die middag in mijn atelier op de eerste verdieping (atelier 2-N) en vind het leuk je daar te ontmoeten en te vertellen over de workshops die ik organiseer.